Op maandag 4 november kwamen ruim 150 landbouwers naar het demoveld groenbedekkers in Beernem. Naast de toelichting rond 23 verschillende mengsels en 2 verschillende inzaaimethodes deden de deelnemers ook kennis op over verschillende aandachtspunten bij spuiten van gewasbeschermingsmiddelen en strooien van kunstmest.      

   
Geslaagde demonamiddag rond groenbedekkers, spuittechniek en afstelling van kunstmeststrooiers

Inagro organiseerde op 4 november, in samenwerking met de Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij, PCLT, ILVO en de gemeente Beernem een demonstratienamiddag over groenbedekkers, spuittechniek en de afstelling van kunstmeststrooiers.  

 

Hoe mengsels van groenbedekkers samenstellen?

  • Sterke groeiers zoals gele mosterd en bladrammenas maken best een minderheid uit van een mengsel. Probeer in de samenstelling steeds de andere component meer dan 50% van de minimale aanbevolen zaaidichtheid te laten uitmaken.
  • Binnen de verschillende rassen van bv. gele mosterd kan er soms meer dan 1 maand verschil zitten in bloeitijdstip (en zaadvorming). Kies dus voor het juiste ras!
  • Bij aaltjes raadpleeg je het best het aaltjesschema, er kan zowel reductie als vermeerdering zijn. Dit hangt af van het soort aaltje in combinatie met het soort groenbedekker. Via      aaltjesschema.nl   kan je dit raadplegen. Uit onderstaande tabel komt bijvoorbeeld dat voor het aaltje Pratylenchus penetrans het beste Tagetes (actieve afname) of Japanse haver (natuurlijke afname) wordt gezaaid.
20191107BBWaaltjesschema.jpg      
20191107BBWlegendeaaltjesschema.jpg      


Spuittechniek, waarop letten?  
  • Bufferzone is afhankelijk van het type dop (% driftreductie) en product.
    • 50% driftreducerende doppen is het wettelijke minimum.
    • Driftreductie is afhankelijk van doptype en dopmaat.
  • Meer driftreducerend = grotere druppels
    • Dat is minder erg voor systemische middelen en bodemherbiciden.
    • Voor contactmiddelen heb je het best aandacht voor de spuitdruk en een voldoende spuitvolume om voldoende werking te hebben.
  • ’s Morgens of ’s avonds spuiten zorgt ook voor driftreductie.
    • Dat komt door een lagere temperatuur en hogere luchtvochtigheid.
  • Spuitboomhoogte is het best 50 cm boven het gewas.
    • Dat zorgt voor minder drift en een betere indringing.
  • Het gebruik van kantdoppen zorgt voor een meer nauwkeurige afscheiding.

 

Strooien van kunstmest, niet evident!
 
Het strooien van kunstmest vraagt de nodige aandacht. Vooraleer van start te gaan, controleer je het best de volgende zaken:  
  • Zijn de strooischoepen nog in goede conditie?
  • Hangt de strooier waterpas?
    • Staan de banden van de trekker op een gelijke druk?
    • Zijn de hefstangen even lang?
    • Moet de topstang bijgeregeld worden?
  • Staat het toerental van de aftakas juist?
  • de strooitabel
Ook het type en de kwaliteit van de meststoffen zijn zeer bepalend. Weet dat een meststofkorrel met een snelheid van ongeveer 175 km/uur de strooier verlaat. Bij een ronde, harde korrel zal dat nog hoger liggen, bij een zachte, hoekige korrel zal dit lager liggen. Controleer altijd de hardheid van je korrels, korrels die je met de hand stuk kan duwen, zijn al zeker te zacht geworden.  

Meer uitgebreide info over de aangehaalde thema's kan je terugvinden in de brochure onderaan deze blog.
 

   

   

   

 

 

Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting