Donderdag 5 september namen we opnieuw stalen op verschillende locaties in het LCV-netwerk. Zo volgen we de afrijping van silomaïs op. In dit nieuwsbericht krijg je een stand van zaken.

Afrijping maïs vordert snel

De regen van de laatste week was zeer welkom. De temperaturen waren wat laag voor de tijd van het jaar. Op de meeste monitoringslocaties zorgde dat voor een stijging van 2 tot 4 procent droge stof op weekbasis. De afrijping blijft zich dus duidelijk verder zetten, ook bij deze weersomstandigheden. Op enkele locaties, waaronder Hoogstraten, Lendelede, Westerlo, Zichem en Poperinge, noteerden we zelfs een stijging van 4% op één week.

De twee vroegste rassen in ons netwerk - Benedictio KWS en SY Karthoun - zijn uiteraard veelal de verst afgerijpte rassen. Op de meeste plaatsen halen zij momenteel 30% of meer. De twee latere rassen (P8333 en LG31276) komen stilaan ook in de buurt van de 30% DS. Afhankelijk van het rastype en de zaaidatum komen de eerste percelen momenteel in een hakselrijp stadium hoger dan 33%.

 

Let op: De gepubliceerde cijfers geven de stand van zaken weer van een week geleden (5 september).

Standvanzakenmais_190911.jpg

Met het oog op de bewaring is het altijd beter om iets te vroeg dan te laat te oogsten. Als de plant te ver afgerijpt is, zitten er niet veel snel metaboliseerbare suikers meer in het materiaal om de melkzuurbacteriën hun werk te laten doen bij het inkuilen. Als er niet voldoende (en niet voldoende snel) melkzuur geproduceerd wordt, zal de kuil slecht bewaren. Te vroeg oogsten geeft dan weer sapverliezen.

Dat toont het belang aan van een correcte inschatting van de rijpheid van de maïs. Net daarom zet het LCV jaarlijks een monitoringsprogramma op. Zo kunnen we een goed beeld scheppen van de algemene stand van zaken, met uitgebreid cijfermateriaal.  

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Melkveehouderij | Vleesveehouderij