Vandaag komt meer dan de helft van de aquatische producten die we consumeren uit aquacultuur. De Europese aquacultuurproductie (4% van de mondiale productie) raakt in het slop, terwijl andere spelers sterke vooruitgang boeken. Ondernemen in aquacultuur is een grote uitdaging, maar biedt tegelijk ook veel kansen. Drie jaar lang ondersteunde het Interreg-project Aquavlan2 de aquacultuur- en glastuinbouwsector in de grensregio Vlaanderen-Nederland via onderzoek en individuele begeleiding. Op 11 september werden de hoogtepunten gedeeld tijdens de slotbijeenkomst bij HZ University of Applied Sciences in Middelburg, Nederland.

Aquacultuur in stroomversnelling gebracht

Aquacultuurondernemingen in Vlaanderen en Nederland hebben nood hebben aan innovatie in de productieprocessen om zich internationaal te kunnen onderscheiden in de productie, verwerking en handel van hoogwaardige nicheproducten. Dat bleek uit een SWOT-analyse van KU Leuven. Om de economische en ecologische efficiëntie te verbeteren, sloegen Vlaamse en Nederlandse onderzoekers drie jaar lang de handen in elkaar.

Op 11 september werd het project Aquavlan2 feestelijk afgrond bij HZ University of Applied Sciences in Middelburg. De zeven projectpartners deelden er hun projectresultaten. Tijdens een panelgesprek wierpen aquacultuurexperts een blik op de toekomst. Drie innovatieve aquacultuurondernemers getuigden bovendien over hun ervaring in het project. Op een infomarkt tijdens de lunch konden de deelnemers zich laten inspireren door de verschillende demonstraties van toegepaste onderzoeksresultaten.
 
panelgesprek2.jpg informarkt_liggend2.jpg

Knelpunten wegwerken met oog voor duurzaamheid
De projectpartners pakten knelpunten als voeder, energie, infrastructuur, water en grondstoffen aan via onderzoek naar geavanceerde teelt- en productiesystemen. Zo leverden ze een bijdrage aan een duurzame uitbreiding van de aquacultuursector. De verdere ontwikkeling van technieken moet de sector in staat stellen om kringlopen in de zoute en zoete aquacultuur te sluiten, nieuwe voeders voor schelpdieren en vissen te benutten en de grondsmaak in aquatische producten te voorkomen.
“We gingen na in welke stappen van het kweekproces ondernemers kostenefficiënter kunnen werken en duurzame alternatieven kunnen inzetten”, vertelt Stefan Teerlinck, onderzoeker bij Inagro. “Denk bijvoorbeeld aan circulaire grondstoffen in het voer of duurzame teeltsystemen als aquaponics, waarbij afvalwater van viskweek hergebruikt wordt in glastuinbouw.”
 
Antwoord bieden op vragen uit de sector
forelvoer.jpgDankzij Aquavlan2 kregen ondernemers ook de unieke kans om zeer bedrijfsspecifieke vragen te laten beantwoorden via een vouchersysteem. Negentien bedrijven met een idee kregen steun in de vorm van expertise of diensten. Dat resulteerde in vijftien innovaties op maat voor de aquacultuursector, zoals nieuw voeder voor tarbot, algenproductie op reststromen en de optimalisatie van rotiferenkweek.
 
Voederbedrijf Lambers-Seghers en Odisee ontwikkelden een duurzaam forelvoer in samenwerking met Empro Europe. Dat onderzoek toont aan dat alternatieve circulaire grondstoffen het vismeel in forelvoer kunnen vervangen. “Vismeel inruilen voor een combinatie van verenmeel en geëxtraheerde eiwitten uit kip, heeft geen invloed op de groei en de verteerbaarheid”, vertelt Vaast Vanoverschelde van Empro Europe. “We sleutelen momenteel nog aan het ideale recept om forel rendabel te kweken zonder vismeel.”
 
Toekomstige aquacultuurondernemers opleiden en ondersteunen
cursus_aqua.jpg
Met steun van het Interreg-project Aquavlan2 organiseerden Odisee en HZ University of Applied Sciences praktijkgerichte introductie- en specialisatiecursussen aquacultuur. Naast colleges over de kweek en kweeksystemen omvatte de cursus praktijklessen met excursies naar verschillende bedrijven in Vlaanderen en Nederland. Kwekers deelden er hun ervaringen uit het werkveld. “Ook de uitwisseling van Vlaamse en Nederlandse docenten was een grote troef”, aldus Stef Aerts.
“Met bijna 200 cursisten in drie jaar is de kennisbasis gelegd voor een groeiende aquacultuursector in Vlaanderen en Nederland”, vertelt Stef Aerts van Odisee. De opleidingen bewezen meteen hun nut. Zes Nederlandse en vier Vlaamse cursisten startten na de cursus een aquacultuuronderneming. Zo volgde Thierry Janssens uit Nederland een basis- en specialisatiecursus bij Odisee. Recent werd hij deeltijds ondernemer in de aquacultuursector. Samen met andere starters werkte hij een idee rond de geïntegreerde kweek van zeewier met garnalen uit tot een bedrijfsconcept. Zo is het bedrijf Z-farm geboren.
De introductie- en specialisatiecursussen aquacultuur van Odisee en HZ University of Applied Sciences blijven succesvol. “Ook na afloop van het project Aquavlan2 gaan we verder met de cursussen”, vertelt Jasper van Houcke van HZ University of Applied Sciences vastbesloten.
 
Concrete duurzame innovaties dankzij Aquavlan2
Het onderzoek in Aquavlan2 leverde concrete innovaties op in de teelt- en productiesystemen. In de zoektocht naar duurzaam voer voor vissen en schelpdieren hebben de onderzoekers de afgelopen drie jaar verschillende acties ondernomen. Er blijkt ook toekomst te zitten in duurzame teeltsystemen, zoals aquaponics. Ook aan kostenefficiëntie in diverse stappen van het kweekproces werd gewerkt. Dit najaar ronden de projectpartners hun onderzoeken af. “Met de verworven kennis hopen we ondernemers en investeerders te overtuigen om de aquacultuursector in Vlaanderen en Nederland verder uit te bouwen”, besluit Wouter Meeus van Odisee.
biovlokken_UGent_TN.jpgDuurzaam voer voor vissen en schelpdieren. Empro Europe is erin geslaagd pluimveeafval te valoriseren tot visvoeder. Het pluimenmeel met een proteïnegehalte van 85 % kan vismeel van gevangen vis vervangen. Daarnaast bewees onderzoek van UGent dat biovlokken mogelijks kunnen dienen als grondstof voor het voer van schelpdieren en wormen. Onderzoekster Nancy Nevejan van UGent: “Biovlokken zijn heel interessant, omdat verloren nutriënten, voornamelijk stikstof, gerecycleerd kunnen worden onder de vorm van microbiële biomassa. De nutriënten zijn afkomstig van voederresten en worden ook uitgescheiden door vissen en garnalen als natuurlijk gevolg van hun metabolisme. Biovlokken zijn rijk aan proteïnen en kunnen op hun beurt dienen als voedselbron voor interessante aquacultuursoorten.” In het project startte UGent ook onderzoek op rond alternatieve bewaringstechnieken voor eitjes van copepoda, een soort krill dat een heel interessant levend voeder is voor jonge mariene vislarven. Dat onderzoek wordt nu verdergezet in een nieuw onderzoeksproject.
 
slibverwerking_aquapnics_TN.jpgDuurzame teeltsystemen. Het Proefcentrum voor Groenteteelt (PCG) onderzocht het restwater van Omegabaars. Onderzoekster Sara Crappé stelde vast dat het gebruik van het restwater geen invloed heeft op de opbrengst en kwaliteit van tomaat en komkommer. Ook de smaak van de groenten week niet af. Een duurzamer aquaponicssysteem is mogelijk dankzij de mineralisatie van visslib. Zo kunnen telers belangrijke niet-hernieuwbare voedingsstoffen, zoals fosfor, terugwinnen. Inagro analyseerde het slib van snoekbaarskweek in recirculatiesystemen (RAS). “Via de aerobe mineralisatie kunnen we 44% visslib verminderen en de nutriënten recupereren”, verduidelijkt Edson Panana Villalobos van Inagro.
 
Kostenefficiëntie. De huidige methode om grondsmaak te voorkomen, kan een verlies aan productie betekenen. Daarom zocht het Vlaams Instituut voor Landbouw, Visserij en Voedingsonderzoek (ILVO) naar een methode om de grondsmaakmoleculen in het kweekwater te verminderen. “Door ozon toe te dienen via micro- en nanogasbelletjes blijft het gas veel langer in het water en hebben de ozonmoleculen meer kans om in het water op te lossen en chemische stoffen, waaronder grondsmaakmoleculen, sneller af te breken”, vertelt Daan Delbare van ILVO. “Dankzij die techniek is de afzwemtijd veel korter. Zo verliest de kweker minder productie en bespaart hij water.” UGent onderzocht de mogelijkheid om de grondsmaakmoleculen bacterieel af te breken en kon enkele beloftevolle bacteriën isoleren. “De praktische toepassing moeten we verder onderzoeken”, klinkt het. In de kweek van schelpdieren vormen microalgen, het natuurlijke voer, een grote kost. HZ University of Applied Sciences ontwikkelde een artificieel dieet voor schelpdieren om de dure kweek van microalgen gedeeltelijk te kunnen vervangen. “We keken specifiek naar een zogenoemd finishing diet voor schelpdieren. We gingen ook na hoe we de geur en smaak van de schelpdieren kunnen aanpassen”, vertelt Jasper Houcke van HZ. “Dat resulteerde in twee soorten voer die de schelpdieren opnemen.”
 
Over het project
Het Interreg-Vlaanderen-Nederland-project Aquavlan2 startte in 2017. De partners in het project zijn Inagro, Universiteit Gent, Instituut voor Landbouw en Visserij (ILVO), Odisee, Empro Europe, Proefcentrum voor Groenteteelt (PCG) en HZ University of Applied Sciences (HZ).
Het project kreeg financiële steun van Interreg en de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Zeeland.  
 
Het Aquavlan2-project is een project binnen het Interreg V-programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.
Aquavlanlogo_klein.JPG
logoschema_aquavlan2_blokje_enkellogos_klein.png



 

Gekoppelde thema's & sectoren: Aquacultuur | Glasgroenten