De velden wintertarwe zijn al geoogst, en ook de aardappelrooiers verschijnen in het straatbeeld. Het wordt dus de hoogste tijd om na te denken over de groenbedekker die het best past bij jouw bedrijfsvoering. Een goede groenbedekker is een goed vanggewas dat na de winter een goede groenbemester wordt. Twee vliegen in een klap, dus!  

 
Welke groenbedekker past het best op jouw bedrijf?

Versoepelingen binnen de wetgeving  

In het MAP bestaat de mogelijkheid om een vanggewasovereenkomst af te sluiten als je als landbouwer zelf niet of moeilijk kan voldoen aan het opgelegde doelareaal vanggewassen. De periode om dergelijke overeenkomst tussen twee landbouwers af te sluiten werd verlengd tot 31 augustus. Meer info vind je op de website van VLM.   

Naar aanleiding van de aanhoudende droogte bekijkt de Vlaamse overheid momenteel de mogelijkheden om een aantal voorwaarden te versoepelen voor de inzaai van groenbedekkers in kader van de EAG-verplichtingen, zodat er extra ruimte komt voor ruwvoederwinning. Hoewel de versoepeling nog niet goedgekeurd is, kan je je wel al aanmelden als je interesse hebt. Je leest er meer over in ons nieuwsbericht "Versoepelingen binnen EAG-vergroening door de droogte".  

Wat is het verschil tussen een vanggewas in het MAP en een groenbedekker in EAG?  

Een vanggewas is een groenbedekker of een mengsel van groenbedekkers uit de teeltenlijst die geldt in het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Deze kan je hier raadplegen. In MAP 6 mag een vanggewas geen vlinderbloemige zijn (ook niet in een mengsel). Een gras-klavermengsel geldt uitzonderlijk wel als vanggewas.  


 

Waarom een groenbedekker? 

Een groenbedekker zorgt in de eerste plaats voor een lager nitraatresidu door de opname van stikstof die nablijft na de teelt of die vrijkomt uit mineralisatie. Bovendien zorgt een groenbedekker voor een goede en vlugge bodembedekking, waardoor onkruiden minder kans krijgen en je erosie kunt voorkomen.  

Gebruik groenbedekkers ook als indicatorplant. Zo zijn facelia en gele mosterd gevoelig voor een slechte bodemstructuur. Merk je onnauwkeurigheden op? Neem dan een kijkje op die plaats, probeer de oorzaak te achterhalen en pas maatregelen toe om de bodemstructuur te verbeteren.    

Werk je een groenbedekker in, dan zal dat het jaar nadien zorgen voor een vrijstelling van stikstof en andere nutriënten. Zo kan je meststoffen besparen. Ook de bodemvruchtbaarheid heeft baat bij groenbedekkers. Je verruimt de teeltrotatie, je brengt organische stof aan, je verbetert de structuur van de bodem en je verhoogt het vochthoudende vermogen van de bodem.    

Groenbedekkers zaaien    

Als je groenbedekkers zaait, is het nuttig om na te denken wanneer en met welk doel je ze inzaait.    

  • Zaaitijdstip
    • Bij een zaai voor 1 september kan je iedere soort inzaaien.
    • Tot half september lukt Japanse haver nog.
    • Na half september kies je best voor gras of snijrogge.
 
  • Stikstofopname en tot welke diepte
    • Grassen nemen vooral stikstof op in de bovenste 30 cm.
    • Bladrijke en Japanse haver zullen de stikstof tot 60 cm diepte opnemen, bij een zaai voor september.
  • Stikstofvrijstelling voor het volggewas
    • Grasachtigen hebben een hoge koolstof-stikstofverhouding en hebben dus een tragere stikstofvrijstelling. Ze zijn dus minder geschikt voor teelten die vlug hun stikstof nodig hebben, zoals spinazie. Ook voor andere teelten is tijdig inwerken aangeraden.
    • Bladrijke groenbedekkers hebben een lagere koolstof-stikstofverhouding en stellen hun stikstof vlugger vrij.
  • Bodembedekking
    • Gras, Japanse haver en rogge bedekken de bodem lang en zorgen zo voor een goede werking tegen erosie. Weet wel dat ze zorgen voor een natter perceel in het voorjaar. Voor vroege teelten is dat een nadeel, voor late teelten een voordeel.
  • Ziekten en plagen
    • Stem de groenbedekker af op de rotatie. Bekijk ook welke groenbedekkers plagen kunnen verminderen (vooral aaltjes).
    • Bij een slakkenprobleem wordt aanbevolen niet te dik te zaaien en tijdig in te werken in het voorjaar. Soorten die de bodem tijdens de winter minder bedekt houden, zoals facelia en gele mosterd, scoren op dit vlak ook beter.

   

Hoeveel stikstof neemt een groenbemester op en hoeveel daarvan wordt opnieuw vrijgesteld?  

Op basis van de lengte van de groenbedekker en het type kan je een inschatting maken van de stikstofopname en -vrijstelling. Voor de grasachtigen kan je stellen dat ze 2,5 kg stikstof/ha opnemen per centimeter lengte. Voor bladrijke groenbedekkers is dat 1 kg stikstof/ha per centimeter lengte. Daarvan mag je 1/3e als stikstofnalevering rekenen. Nog 1/3e wordt opgebouwd in organische stof. Het overige derde gaat verloren.    

Een voorbeeld: gele mosterd van 150 cm zal 150 eenheden stikstof opgenomen hebben, waarvan 50 eenheden het volgende groeiseizoen vrijgesteld zullen worden.
 

> Bekijk ook de uitgebreide brochure over groenbedekkers "Praktijkgids bemesting en groenbedekkers".