Vlaanderen kampt met een mestoverschot. Een groot deel mest wordt geëxporteerd naar buurlanden. Tegelijk is de aanmaak van minerale stikstofkunstmeststoffen op basis van luchtstikstof energie-intensief. Hoe kunnen we kosten besparen? We pakken uit met een nieuwe proefveldbemester die toelaat om de werking van herwonnen meststoffen in complexe veldproeven te testen, als alternatief voor kunstmeststoffen. Benieuwd? Zet dan 17 juli in je agenda!      

     
Bezoek proefveld + machinedemo: herwonnen meststoffen alternatief voor kunstmest

Waar zit het probleem in Vlaamse bemesting?
De West-Vlaamse en Vlaamse landbouwsectoren kampen met een mestoverschot. We produceren meer dierlijke mest dan de hoeveelheid die we op een milieukundig verantwoorde wijze kunnen afzetten op regionale landbouwpercelen. Daarom wordt die mest gedeeltelijk verwerkt en geëxporteerd naar buurlanden. Een groot deel minerale stikstof wordt daarbij zelfs omgezet naar inert stikstofgas en terug in de atmosfeer geblazen.      

Tegelijk is de aanmaak van minerale stikstofkunstmeststoffen op basis van luchtstikstof een energie-intensief proces. Dat is een gevolg van de geldende mestwetgeving, die de toegelaten hoeveelheid dierlijke mest limiteert en kunstmestgebruik toelaat. De vrijstelling van nutriënten uit dierlijke mest is immers veel minder voorspelbaar dan de nutriëntenvrijstelling uit kunstmest, waardoor het risico op nutriëntenverliezen in het milieu veel groter is bij gebruik van dierlijke meststoffen.       


      

Wat is een oplossingsscenario?
Een ander scenario zou veel efficiënter, goedkoper, milieu- en klimaatvriendelijker kunnen zijn. Nu transporteren we overtollige nutriënten via mestverwerking naar het buitenland of de atmosfeer. Als we die overtollige nutriënten hier kunnen benutten als alternatief voor kunstmeststoffen, dan slaan we heel veel vliegen in één klap. Maar één kanttekening dringt zich op: het scenario mag geen toename van de verliezen richting het milieu met zich meebrengen.      

De huidige stand van mestverwerkingstechnieken laat toe om een aantal producten te produceren met de volgende eigenschappen: een hoge minerale nutriënteninhoud en een hoge voorspelbaarheid vanaf het vrijstellingsmoment van die nutriënten na toediening aan de bodem. Die eigenschappen zijn vergelijkbaar met die van kunstmeststoffen. Zure luchtwassers in varkensstallen kunnen bijvoorbeeld ammoniumnitraat of ammoniumsulfaat produceren. Door mest- of digestaatscheiding wordt dunne fractie geproduceerd die rijk is aan kalium en stikstof, maar arm aan organische componenten. Bovendien kan een nieuw type varkensstal, een VeDoWS-systeem, varkensurine vanaf de bron scheiden van varkensmest. Die urine bevat nauwelijks organische componenten en ze is rijk aan minerale componenten. Al die producten vertonen potentieel als kunstmestvervanger. Momenteel is het gebruik ervan beperkt, omdat ze voor de wetgeving nog als dierlijke meststoffen gelden.      

  proefveldbemester_20190703_2.jpg 


   

Praktijkonderzoek via veldproef
Als onderzoek kan aantonen dat de bemestingswaarde, de snelheid waarmee nutriënten uit die meststoffen vrijgesteld worden en de veiligheid vergelijkbaar zijn met die van kunstmeststoffen, dan zet dat de deur open voor een erkenning als kunstmeststof. Daardoor kan het gebruik sterk toenemen. De producten kunnen dan immers afgezet worden bovenop de bemestingsruimte voor dierlijke mest.      

Het project ReNu2Farm van Interreg North-West Europe heeft als doel om kunstmest gedeeltelijk te vervangen door herwonnen meststoffen. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de performantie en veiligheid van herwonnen meststoffen gelijk zijn aan die van kunstmest. Bovendien willen de onderzoekers, onder meer van Inagro, de producten optimaal afstemmen op de wensen en de noden van de landbouwer en de regio. Daarom gaf Inagro dit voorjaar het startschot voor de aanleg van een gecompliceerde meerjarige bemestingsproef om de bemestingswaarde van die herwonnen meststoffen in kaart te brengen. In de drie jaar durende veldproef nemen de onderzoekers het volgende uitgebreid onder de loep in verschillende teelten: de N-bemestingswaarde, de effecten op de teelt en op de bodemvruchtbaarheid, het aanwezige bodemleven en de verliezen van nutriënten naar het milieu.      


      

Bemester en proef huzarenstukjes
Technisch gezien is deze veldproef een huzarenstukje. Om effecten van de natuurlijke variabiliteit in de bodem op te vangen, worden verschillende bemestingen willekeurig over het perceel toegediend. Hierbij mag de injecteur elk veldje maar één keer berijden, zoals het in de praktijk ook zou gebeuren. Om dat mogelijk te maken voor een proef met meer dan 100 kleine velden, ontwikkelde een machinebouwer op vraag van Inagro een gespecialiseerde proefveldbemester.      

   

>> Bekijk een ander bericht met foto’s en filmpje over onze nieuwe proefveldbemester.     

Neem deel aan ons proefveldbezoek en onze machinedemo
Interesse in meer uitleg over onze veldproef?
Wil je graag onze proefveldbemester aan het werk zien?
Kom dan naar ons proefveldbezoek en machinedemo op woensdag 17 juli!
Dat bezoek vindt plaats van 13.30 u tot 16 u ter hoogte van de Cauwenteynestraat 12 in Wingene.    

>> Bekijk hier de uitnodiging met het programma.  
>> Deelname is gratis! Schrijf je in via dit inschrijvingsformulier.      


Deze blog kadert in het Interreg-project ReNu2Farm en het H2020-project Nutri2Cycle.     



LogobannerReNu2Farm_20190703.jpg

LogobannerN2C_20190703.png