Op donderdag 23 mei kwamen de Young Farmers opnieuw bijeen voor een studieclub. Deze draaide volledig rond de kengetallen van de zeugenhouderij. Het is een onderwerp dat bij veel varkenshouders gevoelig ligt, maar voor de Young Farmers was dit geen enkel probleem. De jonge varkenshouders vergeleken openlijk hun technische resultaten met elkaar en discussieerden uitvoerig vanwaar de verschillen precies kwamen.  

 
Young farmers leggen hun kengetallen op tafel

Correct ingeven van gegevens
Om zo veel mogelijk uit je gegevens te halen, is het in de eerste plaats belangrijk dat ze correct en consequent worden ingegeven. Door het niet juist ingeven, kunnen problemen (zoals het aantal doodgeboren biggen) verkeerd ingeschat worden en zet je jezelf voor schut. Cijfers zeggen ook helemaal niet alles over een bedrijf, je moet ze koppelen aan wat je ziet in de stal. Zo kan een bedrijf op papier  uitstekende resultaten halen terwijl de varkens er helemaal niet gezond of goed bij lopen. Je mag je ook niet blind staren op het jaargemiddelde, maar beter kijk je naar de evolutie over het jaar heen. 


Waar zitten de verschillen?
Het eerste belangrijke verschil wat naar boven kwam bij het kijken naar aantal levend geboren biggen is uiteraard het verschil in genetica. Minder geboren biggen betekent echter meestal grotere en zwaardere biggen bij het spenen. Niet elke varkenshouder heeft een opvang voor een groot aantal levend geboren biggen, en de prioriteiten liggen bij iedereen anders. 


Bij het percentage afgevoerde zeugen hoorden we dat sommige varkenshouders milder zijn dan andere in het afvoeren van meerdere worpszeugen. Bij de ene varkenshouder primeert het aantal levend geboren biggen, terwijl anderen eerder letten op het aantal gespeende biggen per zeug. Een goede richtlijn om het aantal af te voeren zeugen te bepalen is het aantal aanwezige dekrijpe jonge zeugen. De beslissing om een zeug al dan niet af te voeren blijkt voor de meesten niet zo evident en vele criteria spelen een rol! 


Wanneer de bevruchtingsresultaten tegenvallen, kan dit verschillende oorzaken hebben. De voor- en nadelen van het geven van een bronstkruimel en supplementen werden uitvoerig besproken. Ook het onnodig verplaatsen van zeugen, een slechte waterkwaliteit en fouten in de bewaarkast voor het sperma kunnen aan de basis liggen van minder goede dekresultaten. Een andere varkenshouder gaf dan weer aan dat het interval tussen 2 inseminaties een invloed kan hebben op het aantal drachtige zeugen na 1e inseminatie. 

2019-06-06-06-kengetallen3.jpg


Leren van elkaar
Perfecte bedrijfsresultaten behalen is vrijwel onmogelijk, maar het blijft het streefdoel van elke varkenshouder. Door elkaar te helpen met tips en door ervaringen uit te wisselen, hopen we positieve gevolgen te zien in de bedrijfsresultaten. Opnieuw was de studieclub een leerrijke avond voor elke deelnemer! 


Doe jij ook mee?
Ben jij ook  gemotiveerd om deze groep van jonge varkenshouders te vergezellen en ervaringen met elkaar te delen? Aarzel dan zeker niet en stuur een mailtje naar info.varkenshouderij@inagro.be

2019-06-06-AM-bannerleadervives.png

 

 
Gekoppelde thema's & sectoren: Varkenshouderij