Het Vlaamse onderzoeksteam dat de afgelopen drie jaar ritnaalden monitorde op meer dan 100 percelen over heel Vlaanderen, beëindigde recent zijn VLAIO-onderzoekstraject. De uitgebreide monitorcampagne en het onderzoek naar mogelijke beheersingsmethoden bevestigden dat een goede risico-inschatting van primair belang is om schadegevallen door ritnaalden te vermijden. Rond deze periode, in april en mei, zijn de condities optimaal om ritnaalden op je perceel te bemonsteren met lokvallen.

Risicoanalyse primair in de aanpak van ritnaalden

Ritnaalden nu in de bovenlaag
De bodem warmt op. Dat wakkert ritnaalden aan om vanuit diepere bodemlagen (tot 60 cm diep) terug naar de bovenlaag in de grond te migreren. Onze eerste lokvalvangsten in de afgelopen weken geven aan dat ritnaalden op sommige percelen nu aanwezig zijn in de bovenste 15 cm van de grond, klaar om zich te voeden met nieuw plantmateriaal. Hun activiteit kan verschillen van perceel tot perceel, afhankelijk van de temperatuur, het aanwezige gewas en de ouderdom van de larven.

Ritnaalden zijn polyfaag, waardoor ze heel veel gewassen kunnen aantasten. Typische schade die in het voorjaar tot in juli kan optreden, is een slechte opkomst van gezaaide gewassen en uitval of groeiachterstand van jonge planten. Dat schadebeeld kan ook andere oorzaken hebben. Controleer daarom altijd of ritnaalden effectief de boosdoeners zijn door planten uit te graven. De koperkleurige ritnaalden zijn makkelijk te herkennen, maar mogelijks moet je wel enkele beschadigde planten in de rij uitgraven om ritnaalden te vinden.

> Bekijk ook onze publicatie "Verruim je kennis over ritnaalden".

 

Schaderisico bepaald door perceel- en teeltafhankelijke factoren
In de afgelopen drie jaar onderzochten de Nationale Proeftuin voor Witloof, Inagro, Hooibeekhoeve en ILVO welke factoren bepalend zijn voor de opbouw van een schadelijke populatie ritnaalden op een perceel. Het scheuren van een weide of tijdelijk grasland in de vruchtwisseling was voor de meeste land- en tuinbouwers al een bekende risicofactor. Maar ritnaalden kunnen ook voor problemen zorgen in rotaties zonder gras.

Andere risicofactoren die in het onderzoek naar boven kwamen, zijn:

  • een teeltverleden of teeltrotatie met granen of maïs,
  • bodems met een hoog organisch stofgehalte,
  • een lage pH en
  • minimale grondbewerking op het perceel.

Een combinatie van die risicofactoren geeft je meer kans op schade door ritnaalden in een gevoelige teelt, zoals aardappelen, maïs, witloof, sla of uien. De mate waarin uiteindelijk schade optreedt, is afhankelijk van de klimatologische omstandigheden voor en tijdens de teelt.

 

Landbouwtraject ‘Sectorbrede geïntegreerde beheersing van ritnaalden’ (2015 - 2018) met financiële steun van IWT Vlaanderen, Boerenbond, AVEVE Group, ABS, Bayer CropScience, Belchim Crop protection, Belgapom, Biobest, Certis, Colruyt, Fedagrim, Innoseeds, Joordens Zaden, Pherobank, Pireco, Sanac, Storms Seeds, Synagra, Syngenta en de producenten.  
 
 
180117_logobannerritnaalden.png

 

Gekoppelde thema's & sectoren: Biologische Productie | Gewasbescherming