Vandaag slaan land- en tuinbouwers reststromen als mest en groenteresten (preiresten, uienschillen, …) meestal op om ze daarna zonder verdere bewerkingen op het land te voeren. Kleinschalige vergisting kan kansen bieden om energie te halen uit die stromen. Tot op vandaag gebeurt kleinschalige vergisting in Vlaanderen vooral op runderdrijfmest. Twee pioniers, een uienschilbedrijf (Ongena) en een varkensbedrijf (Akivar), werkten een vernieuwend concept van pocketvergisting uit. Begin april gingen Inagro en Biogas-E er samen met een groep geïnteresseerden langs in de projecten Pocket Power en Transbio. Deze week brengen we verslag uit van ons bezoek aan uienschilbedrijf Ongena.

Bezoek aan pocketvergisters op uienschillen en varkensmest - deel 1

Uienschilbedrijf Ongena is een familiebedrijf, geleid door Joeri Ongena. Het bedrijf beheert het volledige proces van zaaien tot versnijden en verpakken van uien. Recent investeerde Ongena in een pocketvergister, waarin de uienschillen worden vergist. Het project vloeit voort uit een thesis van Joeri’s zus, ongeveer 5 jaar geleden. Zij testte de monovergisting van uienschillen uit bij Innolab.  

 

Elke dag voldoende biomassa
Joeri voedt de vergister dagelijks met 10-15 m³ uienpellen en 1,5 m³ afvalwater afkomstig uit het uienschilproces. Tijdens de productieperiode wordt er van maandag tot zaterdag voldoende biomassa geproduceerd. Om ook op zondag voldoende biomassa beschikbaar te hebben, stockeert Joeri tijdens de week de uien die als ‘niet voldoende’ worden beschouwd in containers. Op zondagochtend worden die uien in de voormengput gebracht, waaruit de vergister wordt gevoed.

De uienschillen worden tijdens de week met een afvoerband vanuit het gebouw via de verwerkingslijnen naar buiten gestuurd. Daar verkleint een versnijder de schillen, waarna ze in de voormengput terechtkomen. Daar worden ze gemixt met het afvalwater van het bedrijf om het geheel verpompbaar te maken. Er wordt verder niks gevoed aan de vergister. Bij gebrek aan water wordt er soms een beetje digestaat teruggestoken, maar dat probeert Joeri te beperken.

 

Eén pomp met vier toepassingen
Eén pomp (ontworpen door Vogelsang) dient via kleppen vier verschillende doelen:

  • ze pompt het bedrijfsafvalwater naar de voormengput;
  • ze zorgt voor de voeding van de vergister vanuit de voormengput;
  • ze verpompt het vergiste digestaat naar de opslag en
  • ze kan ook digestaat terugpompen naar de voormengput.

 

Volume van 200 m³ volledig benut
In de buik van de installatie (de reactor) wordt het biogas geproduceerd. Die reactor heeft een volume van 200 m³ en was initieel overgedimensioneerd. Dat bleek geen overbodige luxe te zijn, want het productieproces op het uitschilbedrijf is intussen verder uitgebreid. Zo wordt het volledige volume nu benut.

De temperatuur in de reactor bedraagt momenteel 40 tot 45 °C. De installatie draait tussen de mesofiele (32-42 °C) en thermofiele (48-55 °C) temperatuurrange. Joeri geeft aan nog op zoek te zijn naar de beste temperatuurrange. Het digestaat na vergisting ruikt veel minder sterk naar uien dan de uienschillen, waardoor geurhinder wordt vermeden. Dat kunnen we als bezoekers bevestigen. Het digestaat is ook minder geconcentreerd door toevoeging van afvalwater.  

In het biogas kan er wel 5000 ppm aan ‘zwavel’ (H2S) teruggevonden worden. Om dat gehalte fiks te reduceren, plaatste Joeri een luchtinjectie op zijn reactor. Dat helpt om het gehalte te verminderen tot 300 ppm, wat volgens de WKK-verdeler nog aan de hoge kant is, maar de verbranding voorlopig doet lukken.

 

Biogas naar WKK voor elektriciteit en warmte op het bedrijf
Ongena verving de bestaande WKK door een nieuwe WKK van de firma Kemper & Van Twist. Het bedrijf BioTechnics mocht die recent installeren. Een lange, ondergrondse buis voert het geproduceerde biogas af. Dankzij het koelend effect wordt er condens geproduceerd, die opgevangen wordt in een condensput. Zo verlaagt het vochtgehalte van het biogas. Het biogas wordt daarna naar de 30 kW warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) gevoerd. De motor kan volgens drie opstartprogramma’s (triple fuel) ingeschakeld worden - naargelang het methaangehalte (de energiecomponent) van het biogas - en voorziet het bedrijf van elektriciteit en warmte.

De geproduceerde elektriciteit wordt bijna volledig benut op het eigen bedrijf. Ze is maar een fractie van de eigen elektriciteitsvraag bij het bewerkingsproces van de uien. De warmte wordt gebruikt om de reactor op temperatuur te houden en om warm reinigingswater te produceren voor het bedrijf.

 

Opstart nam wel wat tijd in beslag
Joeri geeft aan dat de opstart langer geduurd heeft dan hij vooraf had gedacht. Hij had gerekend op een drietal maanden, maar het duurde toch een jaar voor de installatie goed draaide. De zoektochten naar onder andere een geschikte verkleiner en een nieuwe WKK namen wel wat tijd in beslag.

Ook de samenstelling van het subsidiedossier bij de diverse administratieve diensten vraagt heel wat tijd. Daardoor ontvangt Joeri vandaag nog geen groenestroom- en warmtekrachtcertificaten. Zijn verwachtingen omtrent de terugverdientijd heeft hij bijgesteld van vijf naar tien jaar. Per dag besteedt Joeri gemiddeld een halfuur aan zijn vergister.

> Volgende week lees je meer over ons bezoek aan het varkensbedrijf Akivar.

 

Wil je meer weten?
Neem dan contact op met ons:

 


Beide uitbaters doen een beroep op innovatiesteun voor hun investering van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).

De beide projecten werden gerealiseerd met verschillende partners, waaronder Biotechnics, Innolab en Pocket Power (Inagro en Universiteit Gent). Pocket Power wordt gefinancierd door het Agentschap Innoveren & Ondernemen (www.vlaio.be), met financiële steun van: Boerenbond, ABS, Biolectric, Continental Energy Systems, Innolab, AB Milieusystemen, Vermeulen Construct, United Experts, Biogas-E, Inverde en VLACO.

elpologo0044.jpgvlaio040419.png