"Een geslaagde bespuiting vraagt een egaal spuitbeeld en een hoge bedekkingsgraad.” Het is een waarheid als een koe. Jarenlang konden land- en tuinbouwers dat bereiken door te spuiten met spleetdoppen. Maar sinds januari 2017 is elke teler verplicht om minimum 50% driftreducerende technieken te gebruiken. Velen stellen zich dan ook de vraag of ze de hoge bedekkingsgraad nog kunnen bereiken met driftreducerende doppen. Praktijkcentra slaan de handen in elkaar om eventuele misverstanden uit de weg te ruimen.

Een geslaagde bespuiting met driftreducerende doppen

In de IPM-wetgeving werd ruim twee jaar geleden de verplichting opgenomen om minimaal 50% driftreducerende technieken te gebruiken. De meeste landbouwers installeerden daarom driftreducerende doppen op hun spuitmachine. Die doppen produceren grotere en dus zwaardere druppels die minder makkelijk wegwaaien door de wind. Zo komen gewasbeschermingsmiddelen óp het gewas terecht, waar ze bedoeld zijn. Bovendien voorkomen telers dat de producten door drift op naburige percelen of in de gracht belanden. Daarnaast is de spuitnevel achter het spuittoestel veel kleiner. Dat verbetert het visuele beeld tijdens een bespuiting. De maatregel is dus een stap vooruit voor de gebruiker én de publieke perceptie.

Telers stellen efficiëntie in vraag
Ondanks de voordelen bestaat er vaak nog onzekerheid over de efficiëntie van driftreducerende doppen, zeker bij doppen met hogere driftreductiepercentages (75% en 90%) in combinatie met contactmiddelen. Telers twijfelen of de grovere druppels het doelorganisme wel raken en er niet te veel onkruiden en insecten ontsnappen. Vaak wijzen ze een slecht spuitresultaat onmiddellijk toe aan het driftreductiepercentage van de doppen, terwijl de toepassingsvoorwaarden en weersomstandigheden ook een belangrijke rol spelen in de doeltreffendheid.
 
Praktijkproeven tonen doeltreffendheid aan
Om land- en tuinbouwers te overtuigen van de goede bestrijdingsresultaten van een bespuiting met driftreducerende technieken, legden Inagro, PCA, KBIVB en proefhoeve Bottelare in 2018 een verkennende proef aan in prei, aardappelen, bieten en mais. In die proef vergeleken de praktijkcentra zes blauwe ISO 03-doppen met een verschillend driftreductiepercentage. Door telkens dezelfde dopgrootte te gebruiken, konden ze verschillende types doppen met elkaar vergelijken aan eenzelfde spuitvolume, druk en rijsnelheid.
 
De eerste bevindingen toonden aan dat de 50% driftreducerende doppen in alle geteste teelten minstens even goede bestrijdingsresultaten geven als niet-driftreducerende doppen. Ook de doppen met hogere driftreductiepercentages gaven over het algemeen goede resultaten. Eerder werden al proeven uitgevoerd met moeilijke bespuitingen, zoals onkruidbestrijding op kleine kiemonkruiden in bieten. Daaruit blijkt dat een correct watervolume en de ideale druk per type dop voorwaarden zijn om een goed resultaat te behalen. De karakteristieken van de doppen kennen en respecteren is dus van groot belang om tot een geslaagde bespuiting te komen.
IMG_0071_LR.jpg
 
‘Spuittechniek in de akkerbouw onder de loep’
Net omdat land- en tuinbouwers nog veel vragen hebben over de karakteristieken en toepassingsvoorwaarden van driftreducerende doppen loopt er in 2019 en 2020 een demonstratieproject in Vlaanderen. In 'spuittechniek in de akkerbouw onder de loep' willen de praktijkcentra Inagro, LCV, proefhoeve Bottelare, PCA en KBIVB de proeven uit 2018 herhalen om de proefresultaten te kunnen bevestigen in granen, maïs, aardappelen en bieten. Daarbij zal speciale aandacht gaan naar de doppen met hogere driftreductiepercentages.
 
Bij driftreducerende doppen met een hoog driftreductiepercentage hebben de druk en het watervolume een zeer grote invloed op de slaagkans van een toepassing. De projectpartners ervaren dan ook duidelijk een nood aan extra richtlijnen rond een correct gebruik van die doppen om een goede spuitefficiëntie te bekomen. Hoe beter telers weten hoe ze de doppen optimaal kunnen gebruiken, hoe meer de doppen ingang zullen vinden in de praktijk.
 
Ook innovatieve spuittechnieken verkennen
In het project is ook aandacht voor innovatieve spuittechnieken. Zo zullen de praktijkcentra in 2020 de 'droplegs' testen in maïs en de 'Wingssprayer' in granen. 'Droplegs' worden gebruikt om een onderbladbespuiting uit te voeren of om diep in het gewas te spuiten. Door de grotere druk van gierstgrassen en knolcyperus is er vooral in de maïsteelt toenemende interesse in die techniek.
 
De 'Wingssprayer' kan zijn nut bewijzen als driftreducerende techniek in diverse teelten. Dat systeem schermt de spuitboom af met een plaat, waarachter verlengde spuitdoppen gemonteerd zijn. Door de plaat vlak tegen het gewas te slepen wordt de spuitvloeistof in het gewas gezogen en treedt er amper drift op. Onder andere in Nederland kent dat systeem een snelle opmars dankzij zijn sterk driftreducerende eigenschappen. De projectpartners zullen de werkbaarheid en efficiëntie van de Wingssprayer uittesten op een demoperceel in de granen.
 
 
 
 
Projectmedewerkers:
Jan Vanwijnsberghe (Inagro), Ellen Pauwelyn (Inagro), Ronald Euben (KBIVB), Liza Vanderwaeren (KBIVB), Joos Latré (proefhoeve Bottelare), Gert Vandeven (Hooibeekhoeve), Elias Van de Vijver (proefhoeve Bottelare), Kurt Cornelissen (PCA)
 
Financiering:
Logobanner_PDPOSpuittechniekAkkerbouw_V3.jpg


 
 
 
Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Gewasbescherming