Erosiebestrijding start met een goede bodemstructuur, maar ook erosiebestrijdende teelttechnieken en opvangstructuren houden de bodemdeeltjes en gewasbeschermingsmiddelen op het veld. Met de start van het nieuwe teeltseizoen willen we je enkele tips meegeven om voorjaarserosie te vermijden. Dat doen we in een reeks nieuwsberichten. In deel 2 gaan we dieper in op erosiebestrijdende teelttechnieken. 

 
Hoe voorjaarserosie voorkomen - deel 2: erosiebestrijdende teelttechnieken

In dit nieuwsbericht
Om erosie op je perceel te beperken kan je groenbedekkers inzaaien na de oogst. Maar met aangepaste teelttechnieken kan je tijdens het teeltseizoen ook al heel wat bereiken. Denk bijvoorbeeld aan niet-kerende bodembewerking, zaaien of planten in de richting van de hoogtelijnen en drempeltjes in ruggenteelt. 

In Inagro lopen heel wat proeven waarbij verschillende teelttechnieken per teeltcategorie worden toegepast en opgevolgd. In dit nieuwsbericht vind je een beknopt overzicht van de bevindingen uit die proeven. Voor meer info kun je doorklikken. We zoomen in op... 

  1. erosiebestrijding in ruggenteelt 
    • aardappel 
    • prei, witloof en wortel 
    • courgette 
  2. erosiebestrijding in vlakveldse teelt 
    • mais 
    • kolen en (knol)selder 
    • erwt  

1. Erosiebestrijding in ruggenteelt
In ruggenteelten kan tijdens de teelt veel erosie vermeden worden door de bodem van de tussenrug te verruwen. Dit kan door het aanleggen van drempeltjes tussen de ruggen of door toepassing van een tandbewerking.    
 
Het toepassen van drempeltjes of een tandbewering heeft nog een tweede belangrijk pluspunt. In droge jaren wordt regenwater (maar ook irrigatiewater dat anders via de tussenruggen gewoon afstroomt) opgevangen en krijgt het tijd om te infiltreren. Dit heeft ontegensprekelijk een positief effect op de opbrengst (en verhoogd het rendement van een irrigatiebeurt).      
Erosiebestrijding in aardappel: in de veldproeven aangelegd door Inagro werd vooral gekeken naar het effect van de ruggenopbouw (gestreken of los) en het effect van drempeltjes tussen de ruggen. 
  • Ruggenopbouw (gestreken of los): De grootste afstroming wordt gemeten bij gestreken, aangedrukte ruggen. Losse ruggen veroorzaken hier duidelijk minder afstroming en sedimentverlies. Bij toepassing van het systeem van de aanaarder waarbij de rotoreg achterwege gelaten werd krijgen we hierbij de beste resultaten naar afstroming en sedimentverlies toe.
  • Drempeltjes tussen de ruggen: Indien goed uitgevoerd heeft deze techniek een groot erosiebestrijdende effect.  Hierbij is het wel belangrijk om rekening te houden met de afstelling van de plantmachine. Veel plantmachines zijn zo ontworpen of afgesteld dat de gemaakte drempeltjes te klein zijn om efficiënt te zijn. Het gevolg is dat deze snel overstromen en dan volledig worden meegesleurd door de waterstroom.

DSC04283.JPG
Lossen ruggen met drempeltjes ertussen.  

> Lees meer over erosiebestrijding bij aardappel. 

 
Erosiebestrijding in prei, witloof en wortel: in prei, witloof en wortelen kan tijdens de teelt  veel erosie vermeden worden door de bodem van de tussenrug te verruwen. Dit kan door het aanleggen van drempeltjes tussen de ruggen of door toepassing van een tandbewerking. 
 

Drempeltjes tussen de ruggen
Indien goed uitgevoerd is dit de techniek met het grootste erosiebestrijdende effect. Hierbij is het wel belangrijk om rekening te houden met een aantal zaken: 

  • Grote drempels kennen een betere werking dan lage drempels. Drempels breken doorgaans niet door, maar ze eroderen van bovenaf door impact van regendruppels. Lagere drempels zullen dus sneller afbreken en eroderen dan grote drempels.
  • Bij aanleggen van de drempeltjes moet voldoende aandacht gaan naar het afstellen van de machine. De grootte van de drempeltjes is voor een deel afhankelijk van de hardheid van de bodem in de tussenrug. Meestal is het nodig om - in dezelfde werkgang als het aanleggen van de drempeltjes - ook een tandbewerking uit te voeren om de bodem wat los te leggen.  Zo neemt de schep van de drempeltjesmachine voldoende grond mee. Indien met een vaste tand gewerkt wordt, moet voldoende aandacht geschonken worden aan de diepte van de tandbewerking en de rijsnelheid (het risico bestaat dat grote kluiten bovenop de ruggen geworpen worden of dat de ruggen beschadigd worden). Een triltand met brede kop (zie foto) legt voldoende grond los, en omdat de tand flexibel is, is afstelling van de diepte minder belangrijk. De losgemaakte kluiten worden ook verkleind door de trillingen van de tand waardoor aan hoge snelheid door het perceel gereden kan worden zonder risico op beschadigen van de ruggen.
 

Tandbewerking met een vaste tand of een triltand
In een aantal gevallen is het teelttechnisch niet gewenst om drempeltjes aan te leggen tussen de ruggen. In dat geval kan een tandbewerking met een vaste tand of een triltand veel doen.  Ervaringen uit de verschillende veldproeven aangelegd door Inagro tonen aan dat een bewerking met een vaste tand door de band genomen een iets beter erosiebestrijdend effect heeft dan een bewerking met een triltand. Maar een vaste tandbewerking vraagt meer afstelling dan een triltand. In zeer droge omstandigheden of in sterk dichtgereden tussenruggen is een vaste tandbewerking dikwijls de enige mogelijkheid omdat het risico op breuk bij een triltand dan te groot is. Het uitvoeren van een tandbewerking in de tussenrug dient altijd te gebeuren in voldoende droge omstandigheden. In natte omstandigheden maak je een geul waarlangs het water nog makkelijker afstroomt.  
 

DSCN3398.JPGtriltand.jpg
Drempelmachine van Inagro (links) waarop verschillende tanden gemonteerd kunnen worden voor het element en triltand met brede kop (rechts). 
 

> Lees meer over erosiebestrijding in prei, witloof en wortel.  

Erosiebestrijding in courgette: courgette is een heel erosiegevoelige teelt. De ruggenstructuur zorgt er sowieso voor dat het water zich concentreert tussen de ruggen en daardoor versneld afstroomt. Bovendien zijn de ruggen afgedekt met plastic, waardoor hier helemaal geen infiltratie kan plaats vinden. Daarom werden verschillende technieken getest om de infiltratie tussen de ruggen te verbeteren of het water tijdelijk vast te houden. Het gaat om volgende objecten:  
  • Houtsnipperdrempeltjes (om de 10 m wordt een hoopje houtsnippers gelegd over de volledig breedte van de tussenrug)
  • Vaste tandbewerking tussen de ruggen
  • Drempels met de Barbutte (aardappeldrempelmachine die aangepast werd) na tandbewerking
Alle geteste technieken hadden een positief effect op vlak van afspoeling. Dit effect was het sterkst bij de houtsnipperdrempels en het minst bij de vaste tandbewerking. Als we kijken naar het sedimentverlies blijven de houtsnipperdrempels goed scoren. De drempels die aangelegd zijn met de barbutte tonen heel lang geen problemen, maar vanaf een bepaalde neerslaghoeveelheid lopen de drempels over en komen enorm veel bodemdeeltjes mee. 
Het gaat hier om een eenmalige proef die zal herhaald worden om dit effect te bevestigen. Kunnen we geen info meegeven m.b.t. de compatibiliteit met de teelttechniek? Wat vonden de telers en de plukkers van de drempeltjes waar ze over moesten stappen? Heeft een vaste tandbewerking nog effect als er om de 2 dagen een spoor doorgewandeld wordt?  Waren er moeilijkheden bij het losmaken van de plastiek?       
 

IMG_20180712_114818.jpg
Houtsnipperdrempeltjes over de volledige breedte van de tussenrug
 

 
2. Erosiebestrijding in vlakveldse teelt
 
Erosiebestrijding in mais: in de veldproeven aangelegd door Inagro werden verschillende bodembewerkingen met elkaar vergeleken. Hierbij werden ook de omstandigheden van het perceel en de voorvrucht (na een snede mais en na rode kool), met elkaar vergeleken waarbij zowel diepe als ondiepe niet-kerende bodembewerking toegepast werd. Concreet ging het over volgende objecten:   
  • Ploegen met zaaibedbereiding rotoreg
  • Micheltand met zaaibedbereiding rotoreg
  • Schijveneg; dit was tevens de zaaibedbereiding
  • Diepgronder + Schijveneg; dit was tevens de zaaibedbereiding
Het effect van de verschillende bodembewerkingen was sterk afhankelijk van de omstandigheden van het perceel en dus ook van de voorvrucht. Het perceel waar eerst nog een snede gras werd geoogst lag erbij in goede conditie. We zagen dat hier de opbrengsten bij niet-kerende bodembewerking groter waren dan bij het ploegen. De mais had weliswaar een tragere startgroei, maar dit werd naarmate het groeiseizoen vorderde goedgemaakt.  
De planten bleven ook langer groen en fris. Dit komt doordat de capillariteit niet doorbroken werd door een storende ploegzool en er dus een betere vochtnalevering was. Bij het perceel met rode kool als voorvrucht vertrokken we van een heel slechte structuur. De rode kool was laat op het jaar geoogst onder natte omstandigheden met heel wat bodemverdichting en structuurschade tot gevolg. Hier gaf niet-kerende bodembewerking dan ook een slechtere opbrengst dan ploegen. Dit was zeker het geval voor het object die enkel ondiep niet-kerend bewerkt was, met meer dan 30% opbrengstverlies. 
De startomstandigheden van het perceel hebben ook een grote invloed op de afspoeling en het sedimentverlies. Bij goede omstandigheden zien we dat er bij NKB minder afspoeling en sedimentverlies is. Dit effect is het grootst bij de ondiepe NKB met het ruwe zaaibed.     
Bij slechte startomstandigheden met structuurschade is NKB niet altijd voldoende om een goede infiltratie te garanderen. Dit is dan ook wat we waargenomen hebben op het proefveld. Vooral bij het object dat enkel ondiep niet-kerend is bewerkt was er onvoldoende infiltratie waardoor er meer afspoeling en sedimentverlies was dan bij ploegen. Als we kijken naar sedimentverlies zien we wel dat de combinatie diepgronder+schijveneg het beste scoort. Bij deze bewerking is de ondergrond tot een zeker niveau losgemaakt en lag het zaaibed er toch nog ruw bij. 
Algemeen kunnen we stellen dat NKB een goede erosiebestrijdende maatregel is op voorwaarde dat er geen zware structuurschade is op het perceel. Is dit wel het geval dan bestaat er een risico op een slechtere opbrengst en een niet-efficiënte werking van de maatregel.     

 
 

 
Erosiebestrijding in kolen en (knol)selder: In aangeplante teelten blijft de bodem de eerste weken na aanplanten dikwijls onbedekt. Bovendien valt die periode in onze regio dikwijls samen met de periode van (zware) onweders (mei, juni) waardoor deze percelen op dat ogenblik zeer erosiegevoelig zijn. Geplante teelten worden quasi altijd machinaal aangeplant. Om de plantjes voldoende aandrukking te geven wordt het plantspoor dichtgerold door 2 aandrukwielen waardoor langs beide zijden van het plantspoor een gootje ontstaat.  Dit blijkt een preferentiële weg te zijn voor erosie. Soms kan meer dan 80 % van alle runoff op een perceel via deze gootjes afspoelen.  
Om dit aan te pakken kan je de plantmachine uitrusten met torsiewieders (zie foto) die de gootjes terug dichtstrijken. Dit is een eenvoudige maatregel die ervoor zorgt dat een pas aangeplant perceel 15 a 20 L/m² extra kan bergen vooraleer runoff begint op te treden (zie foto).  Door de tanden zo te monteren dat de hoek tussen de tand en de rijrichting van de trekker voldoende klein is (kleiner dan 45°) worden weinig tot geen oogstresten meegesleept en kan de tand ook gebruikt worden op percelen waar na toepassen van een niet kerende bodembewerking nog organisch materiaal (resten van een groenbedekker) aan het oppervlak aanwezig blijven.       
 
torsiewieders.jpg
Plantmachine uitgerust met torsiewieders     

DSCN0546_2.jpg
Perceel knolselder na neerslag van 18 l/m² (rechts 2 rijen zonder torsiewieders, links 2 rijden met torsiewieders)

 
Naast het uitrusten van de plantmachine met triltanden kan er ook voor gekozen worden om te planten na uitvoeren van een niet kerende bodembewerking. Dit vermindert ook de werkdruk in het drukke voorjaar. Indien geen storende lagen in de bouwvoor aanwezig zijn en het plantbed is voldoende fijn is dit vlot haalbaar. Om het plantbed voldoende fijn te krijgen moet genoeg aandacht geschonken worden aan het verkleinen van de aanwezige groenbedekker.  
 
Erosiebestrijding in erwt: onze ervaringen met de teelt van erwt tonen aan dat deze teelt eigenlijk weinig erosiegevoelig is. Er wordt vlakvelds gezaaid waardoor er geen preferentiële wegen voor erosie zijn. Na zaaien komen de plantjes vrij snel op en zelfs bij beperkte bodembedekking houden de wortels van de erwten al heel wat grond vast.  Bovendien ligt het zaaibed  bij erwten nog relatief grof, zowel na ploegen als wanneer een niet kerende bodembewerking toegepast wordt.  Erwten kunnen in de praktijk zowel na niet kerende bodembewerking als na ploegen ingezaaid worden. 
Zowel bij ploegen als niet kerende bodembewerking dient de bewerking en het zaaiklaar leggen te gebeuren op het voor de teelt ideale moment. Dit kan verschillen per systeem en van situatie tot situatie. Het is wel altijd belangrijk om te vermijden dat de bovenste bodemlaag voor het zaaien teveel uitdroogt of dat er door drogen te veel kluiten aan de oppervlakte ontstaan waardoor het zaad niet meer goed aangedrukt wordt. 
Onze proeven wezen in elk geval aan dat het in een (zeer) droog jaar beter is om de bodem zo weinig mogelijk te verstoren. Omdat de capillaire opstijging van vocht zo het minste onderbroken wordt ( uitvoeren van een niet kerende bodembewerking in het najaar voor inzaaien). Een samenvatting van de ervaringen opgedaan met niet kerende bodembewerkingen in erwt kunt u terugvinden in  het artikel in bijlage.     
 
 
Wordt vervolgd! 
Volgende week gaan we in deel 3 dieper in op de erosiebestrijdende maatregelen. 


 
gomeroslogo.jpg
tripleC.jpg
 
LYSE.jpg
 
KK.PNG 
Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting