Op 14 en 15 februari namen het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM) en Inagro samen deel aan een expertmeeting georganiseerd door Provincie Noord-Brabant (Nederland) en het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM). Het centrale thema was circulaire mestverwerking in mestintensieve regio’s, zoals Noord-Brabant en andere Nederlandse provincies, Vlaanderen en verschillende Duitse provincies.

Circulaire mestverwerking in mestintensieve regio's

Uit verschillende workshops georganiseerd in 2018 bleek dat er veel bedrijven en organisaties kennis verzamelen en praktijkervaring omtrent nutriëntenrecuperatie uit mest opdoen, maar dat een algemeen overzicht ontbreekt. Ook is er nog geen oplijsting van de voor- en nadelen van verschillende technieken.  

Daarom was het verzamelen geblazen met organisaties, beleidsmakers en constructeurs in ’s-Hertogenbosch, om verschillende technieken onder de loep te nemen. Constructeurs lichtten in korte presentaties toe hoe we hun techniek in mestintensieve regio’s kunnen inzetten om nutriënten, water en grondstoffen uit mest te recupereren. Een panel, samengesteld uit vertegenwoordigers van DG ENVI, Wageningen University & Research en het Duitse fosforplatform, stelde verder ook vragen aan die constructeurs van deze technieken.  


Transitie in de mestverwerking
Inagro en VCM stelden de huidige operationele mestverwerking in Vlaanderen voor. VCM lichtte de visienota ‘Transitie in de mestverwerking ’ toe. Er kwamen verschillende technieken voor nutriëntenrecuperatie aan bod, namelijk stripping-scrubbing, de laureaat van de derde Ivan Tolpe Prijs, NPirriK en de Vlaamse demoplant binnen het SYSTEMIC project, AM-power. Inagro lichtte de veldproeven, in het kader van verschillende Europese projecten zoals het Interreg-project ReNu2Farm toe. Tijdens deze proeven zullen producten zoals ammoniumnitraat uit de stripping-scrubbing-installatie van Detricon, genomineerde tijdens de eerste Ivan Tolpe Prijs in 2015, getest worden.

Tijdens de besprekingen kwam duidelijk naar voren dat de technologie klaar is om door te breken, maar dat er nog een aantal knelpunten aangepakt moeten worden. Een heel belangrijk knelpunt is de toepassing van gerecupereerde nutriënten als kunstmestvervanger, wat op dit moment nog niet mogelijk is. De Nitraatrichtlijn stelt dat dierlijke mest, ook na verwerking, steeds toegepast moet worden binnen de 170 kg N/ton in nitraatgevoelige gebieden. Het project SAFEMANURE, dat door het Joint Research Centre wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie, waaraan Inagro en VCM meewerken, kwam meermaals aan bod. Die studie zal de criteria voor veilig gebruik van gerecupereerde meststoffen onderzoeken. Daarna mogen we verwachten dat de resultaten omgevormd worden naar concrete en uniforme regelgevingen.  

Een tweede belangrijke uitdaging bestaat erin om alle neuzen van de verschillende types stakeholders (technologie, markt, overheden en publiek) in dezelfde richting te laten kijken. Enerzijds kijkt op dit ogenblik de publieke sector naar de private om technologieën en producten te ontwikkelen. Anderzijds kijkt de private sector dan weer naar overheden en de publieke sector om het kader aan te passen, zodat businessmodellen haalbaar worden. Niet alleen wetgeving, maar ook de oprichting van field labs die noodzakelijk zijn voor het opschalen van onderzoek naar concrete investeringen, passen in dat kader.  

Andere aspecten die besproken werden, kwamen ook reeds aan bod in de hiervoor vermelde transitienota van VCM. Het belang van een oplijsting van technieken, samen met een bewaking van hun duurzaamheid in de vorm van de drie P’s, people, planet en profit, werd onderstreept. Voor de analyse van de milieu-impact van die technieken (via Life Cycle Analysis) kwam naar voren dat een kader op Europees niveau met assumpties omtrent onder meer de mogelijke referenties nuttig zou zijn.  


Wat wil de gebruiker?
Ook het belang om de vraag van de gebruiker van de producten te beantwoorden, werd aangehaald. Daarbij kan men kiezen om bestaande producten na te maken op basis van nutriëntenrecuperatie of om nieuwe producten te creëren. Hierbij moet er zeker aandacht zijn voor de teeltbehoefte en de bodemkwaliteit, als men ervoor kiest de producten in de landbouw te gebruiken.  

Of zijn de producten eerder geschikt voor afzet (al dan niet als intermediair product) in de (meststoffen)industrie? De vraag naar de gewenste schaalgrootte werd hierbij ook aangepakt: kiest men voor kleine lokale installaties, om de nutriëntenkringloop zo lokaal mogelijk te houden, of kiest men voor centrale installaties om te kunnen beantwoorden aan de vraag van de industrie (hoge kwantiteit en kwaliteit van de producten)? Een concreet antwoord op deze vragen kwam er niet, maar het toonde wel aan dat er nood is aan interregionale samenwerking om hierover na te denken. Er werd dan ook opgeroepen om samen de kennis over nutriëntenrecuperatie uit te bouwen in het kader van een interregionaal netwerk, waaraan bedrijven en organisaties uit Nederland, Duitsland en Vlaanderen kunnen bijdragen.  


ManuREsource 2019
De opgebouwde kennis omtrent circulaire economie kunnen we delen tijdens seminaries en congressen zoals ManuREsource 2019. VCM, Inagro, Universiteit Gent en POM West-Vlaanderen organiseren dit jaar samen met NCM de vierde editie van dit congres, waarbij de transitie naar een circulaire mestverwerking en mest als een duurzame grondstof centraal staan. Op dit congres komen de conclusies en initiatieven gegroeid uit de expertmeeting in Noord-Brabant aan bod. Het congres vindt plaats op 27 en 28 november 2019 in PXL-Congress te Hasselt. Op 29 november bezoeken we enkele lokale mest- en digestaatverwerkingsinstallaties. Meer informatie over deze en vorige edities van ManuREsource vind je op www.manuresource.org.

 

Meer info
Voor vragen over het project ReNu2Farm en nutriëntrecuperatie kan je terecht bij:

 

 

Deze blog kadert in het Interreg-project ReNu2Farm.  

Blog20190131LogobannerReNu2Farm.jpg