Een jaar geleden gaven wij onszelf de opdracht om de kweek van zwarte soldatenvliegen op te schalen tot een semi-industrieel niveau. De opkweek van de larven verloopt intussen gecontroleerd en gestandaardiseerd. Maar bij de voortplanting van onze vliegen en de productie van eitjes bleef het schoentje wringen. De eiproductie was te onvoorspelbaar en - naar onze eisen - ook te laag. De tijd was aangebroken om onze methode kritisch te evalueren. Het concept van de kweekkooien is vernieuwd en de eerste vluchten zijn alvast veelbelovend.

Vernieuwde kweeknetten BSF

Dalende opbrengst met oud nettensysteem
De insteek voor de oude kweeknetten werd getypeerd door eenvoud en efficiëntie. Het net werd met behulp van magneten aan het plafond bevestigd en de bodem van het net was eenvoudigweg de vloer van de kweekkamer. Bakken met poppen (de toekomstige vliegen) werden op de vloer geplaatst en een opening in het net leidde naar de zogenaamde couveuse.

Een bakje met rottende materie onder een gaas lokte vliegen naar de couveuse. Bovenop het gaas waren blokken met gleufjes voorzien waarin de vliegen hun eitjes konden afleggen. Via een lade konden we de eitjes eenvoudig oogsten uit de couveuse.

Op het einde van een kweekronde kon het net verwijderd en gewassen worden. De vloer werd gekuist en de klimaatkamer was klaar voor een nieuwe kweekronde. Zo werden heel wat larven geproduceerd, maar het was tijd om het systeem te herzien, omdat de opbrengst gestaag bleef dalen.
nettensysteem_oud.png
Foto: Het oude nettensysteem van 2 m breed, 2 m hoog en 2 m diep.


Kleiner volume
In het nieuwe ontwerp werden drie zaken grondig herzien. Een belangrijke realisatie is het kleinere volume van de netten. De nieuwe netten hebben nu een volume van slechts 1,5 m³. Zo kunnen we nu een stuk efficiënter omspringen met de beschikbare plaats in de klimaatkamer. Er is plaats voor acht kweekkooien in plaats van twee.

nettensysteem_nieuw.png
Foto: het nieuwe nettensysteem dat nu slecht 1,5 m³ inneemt.


Nieuwe aflegplaats
Daarnaast stapten we af van het idee van de externe couveuse. Het stinkbakje hangt nu onder de kweekkooi. De aflegplaats voor de vliegen bevindt zich nu in het net in een overschaduwd afleghokje. Via een "mouw" kunnen we in het net om de eitjes te oogsten. Door de aflegplaats in het net op te nemen, blijft de kooi compacter. Er werd voor een overschaduwde aflegplaats gekozen aangezien literatuur aantoont dat vliegen direct licht liever vermijden wanneer ze overgaan tot ovipositie.


poppen_bodem.png

Foto: De aflegplaats voor de vliegen (gegleufde blokjes) bevindt zich nu in het net in een overschaduwd afleghokje.


Bak met poppen onder de bodemplaat
Een laatste grote aanpassing is de verplaatsing van de bakken met poppen uit het net. Die bakken zijn nu bevestigd onder de bodemplaat van het nieuwe net. Vliegen worden sterk aangetrokken door licht, waardoor ze via buisjes spontaan zelf uit de bakken kruipen. De poppenbakken in het net waren vaak een aanlokkelijke plaats voor de vliegen om eitjes te leggen, waardoor veel wildleg optrad. In de kleinere netten is de geur van het stinkbakje dominant aanwezig, waardoor ze zich nauwelijks nog naar de poppenbakken begeven.


De resultaten lijken alvast veelbelovend. Ongetwijfeld zullen zich ook nog aanpassingen opdringen in het nieuwe ontwerp, maar het is alvast een stap in de goeie richting.

 

Meer info

Carl Coudron - carl.coudron@inagro.be  

 

Entomospeed_logo_banner.jpg

Banner_Bioboost_mettekstV25042018.png



 
Gekoppelde thema's & sectoren: Insectenkweek