Tijdens de afgelopen sperperiode (1 oktober - 15 november) analyseerde het labo van Inagro enkele duizenden grondstalen op restnitraat. Gemiddeld bedraagt het nitraatresidu 96 kg NO3-N/ha, een kleine stijging ten opzichte van 2017. Toen hebben we gemiddeld 92 kg NO3-N/ha gemeten.

Resultaten nitraatresiducampagne 2018

Een 'gemiddeld' nitraatresidu zegt alles en niks. Dat is zeker zo als je de weersomstandigheden van het afgelopen jaar in acht neemt: de lange droogteperiode tijdens het groeiseizoen. In het groeizame najaar kon een goed ontwikkelde groenbedekker eventueel het verschil nog maken voor een goed nitraatresidu.

 

Evolutie 2016-2018
Met een overzicht van de resultaten van de afgelopen drie jaar kunnen we de evolutie schetsen van het nitraatresidu voor de grootste teeltgroepen. In onderstaande tabel kan je de gemiddelde waarden nitraatresidu vinden, volgens de analyses van het labo van Inagro.

We voegden ook de mediaan toe voor 2018. Dat is de middenste gemeten waarde nitraatresidu voor die gewasgroep. Wanneer er weinig stalen zijn met enorm hoge nitraatresiduen, dan zal het gemiddelde nauw aansluiten bij de mediaan. Wanneer de mediaan sterker afwijkt van het gemiddelde, dan werden er voor die teeltgroep op een aantal percelen hoge nitraatresidu waarden gemeten. Dit jaar stelden we dit voornamelijk vast bij bloemkool en broccoli, prei, en opmerkelijk ook bij de granen.
 

201812nitraatresisu.JPG

Resultaten per teeltgroep
Voor de akkerbouwteelten aardappelen, gras en granen stellen we een globale stijging van 15 tot 30 kg NO3-N/ha vast ten opzichte van 2017. De aardappelen blijven koploper. Bieten en mais blijven op een gelijkaardig niveau van nitraatresidu, met een lichte verbetering ten opzichte van 2017.

Bij de groenten zien we een sterke stijging van nitraatresidu bij courgettes. Daarnaast kent ook prei een duidelijke toename van nitraatresidu ten opzichte van vorig jaar. Daar wordt hetzelfde niveau bereikt als in 2016: een gemiddelde van rond 160 kg/ha.

De kolen en de selder kennen een verbetering in nitraatresiu ten opzichte van vorig jaar. Door de droge plantomstandigheden stonden de bloemkolen tot een maand langer op het veld. Zo namen de planten nog altijd N op tijdens de sperperiode. Bonen en wortelen kenden een gelijkaardig residu als het vorige jaar.

Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting