Dit voorjaar legden we een rassenproef aan met zomerteelt van bloemkool voor de industrie. Rekening houdend met de eisen van de verwerkende industrie vallen een paar rassen op. Het referentieras Clarina (Syngenta) scoorde goed. Toledo (Bejo) sloot daarbij aan, maar was kwalitatief iets minder. David (Syngenta) was vergelijkbaar en vroeger, maar gaf een lagere opbrengst. Giewont (Seminis) en Jubera (Seminis) waren merkelijk later, maar combineerden een hoge opbrengst met een zeer goede kwaliteit. Java (SGC3083 - Syngenta) en vooral het latere CLX 33721 (Clause) lijken kwalitatief zeer beloftevol en gaven een gemiddelde opbrengst.  

Rassenproef industriebloemkool zomerteelt
Teeltverloop en droogte
Deze proef werd uitgeplant op een zandleembodem met kuilmais als voorvrucht, gevolgd door snijrogge. De snijrogge werd in het voorjaar ingewerkt door klepelmaaien en diverse bodembewerkingen. Door het wisselvallige voorjaar werd er pas geplant op 9 mei, na ploegen. In de maand juli sloeg de droogte hard toe. Ook was er hier en daar structuurschade zichtbaar door het planten op een te natte ondergrond. Dankzij het lostrekken met een vaste tand van de bodem tussen de rij, een bijbemesting met 50 EN, gevolgd door regelmatig en intensief beregenen, kon het gewas zich nog behoorlijk herpakken en voldoende bladeren ontwikkelen.
 
 

Koolvlieg en droogte slaan hard toe
Op 25 april leverde de plantenkweker de plantjes aan. Ze werden meteen na aankomst afgedekt met insectengaas. We staken het gaas onder de bakken om te vermijden dat de koolvlieg eitjes zou afleggen, maar is geen sluitende garantie dat dat volledig gelukt is. De jonge planten hadden kort na verplanten heel zwaar te lijden onder de zeer hoge druk van de koolvlieg.

De rassen Clarina en Jubera vertoonden slechts 4,2 tot 7,5 % uitval. Beide rassen bleken gecoat met fipronil (Mundial). Het is niet duidelijk of dat de planten heeft beschermd op het plantbed en dus, of de aantasting is opgetreden op de plantbakken.

De gemiddelde uitval door de koolvlieg bedroeg in de proef met de niet-gecoate rassen 21 %. Naast een eerste aangietbehandeling met chloorpyrifos meteen na planten hebben we de plantjes drie weken later nogmaals aangegoten met spinosad. Bij de interpretatie van de opbrengstgegevens moet je daar zeker rekening mee houden.  


DSCN1822 resized.jpg
Foto: zeer veel uitval door koolvlieg bij de niet-gecoate rassen.


Aanhoudende droogte zorgt voor latere oogst
De oogst begon op 23 juli (na 75 vegetatiedagen) en eindigde op 20 augustus (na 103 vegetatiedagen). De kolen werden vrij zwaar gesneden, bij een gemiddeld stukgewicht van 1266 gram roosjes per kool.  

 

Gekende en nieuwe cultivars scoren goed
De meeste cultivars gaven kolen met heel goede koolkenmerken, zoals harde roosjes en een vaste, zeer mooi gevormde onderste krans. Vooral Giewont, SGC2099 en Java (SGC3083) scoorden wat dat betreft zeer goed. De cultivar CLX 33712 sorteerde het grootste aantal Flandriakolen.

Belangrijke plant- en koolkenmerken voor industrie
In deze rassenproef gingen we de gebruikswaarde na van de opgenomen cultivars voor een zomerteelt van bloemkool, voor aanvoer in roosjes aan de verwerkende industrie. De belangrijkste kenmerken in dit segment zijn de productie, roossortering en -kwaliteit (vorm en vastheid), een zo kort mogelijk oogsttraject en gewaskenmerken, zoals zelfdekkendheid, gevoeligheden voor ziekten en andere aandoeningen.

 

> Bekijk het volledige verslag van deze proef.

Gekoppelde thema's & sectoren: Biologische Productie | Groenten Open Lucht